« De negen levens van de krantenkat
Paashaas is Duitse immigrant »

Tweeduizend jaar Jodenhaat: antisemitisme in West-Europa

Joden zijn ervan beschuldigd dat ze bronnen vergiftigden, rituele moorden pleegden op christenkinderen, de beurs beheersten en samenzweerden om de macht in de wereld over te nemen. In een nieuwe studie van Jodenhaat in West-Europa laat historicus Chris Quispel zien hoe de  vooroordelen en complottheorieën zich in de loop der eeuwen opstapelden. Ook zoekt hij verklaringen voor de momenten waarop de haat overging in geweld. Zijn boek maakt het onbegrijpelijke iets begrijpelijker. Maar hij overschat het unieke van antisemitisme. 

Het boek Anti-Joodse beeldvorming en Jodenhaat verschaft een bewonderenswaardig overzicht van tweeduizend jaar vooroordelen. De literatuurlijst van vijftien pagina’s ontsluit een hele bibliotheek aan historische studies. Een page-turner is het niet, maar voor zo’n belangrijk onderwerp mag je als lezer best wat moeite doen. Beschuldigingen tegen joden hadden had al een historie van bijna tweeduizend jaar voordat de nazi’s ze gebruikten als rechtvaardiging voor de industriële vernietiging van zes miljoen mensen. Quispel biedt inzicht in de voorgeschiedenis van die catastrofe.

Toch ben ik het op een wezenlijk punt niet met Quispel eens: antisemitisme is minder uniek dan hij meent. In tegendeel, helaas: Jodenhaat is een van de vele vormen van haat tegen andere bevolkingsgroepen. De ouderdom van antisemitisme is opvallend, maar stigmatisering van zwarten door blanken, bijvoorbeeld, heeft ook een behoorlijke geschiedenis.

Quispel zoekt het unieke van Jodenhaat ook in het onterechte van de beschuldigingen: ‘Antisemitische aantijgingen gaan altijd over zaken die de Joden niet gedaan hebben.’ En: ‘Kenmerkend voor die beschuldigingen was het ontbreken van iedere feitelijke basis.’ Zo is het alsof er twee soorten vooroordelen bestaan: volkomen onterechte, zoals de antisemitische, en vooroordelen die wel enige feitelijke basis hebben. Maar dat is nu net de aard van etnische vooroordelen en stereotypen: het zijn onterechte generalisaties, die onder bijzondere omstandigheden kunnen resulteren in uitsluiting, ontmenselijking, brandstapels, pogroms en genocide. De verdienste van Quispels boek is juist dat het overtuigend laat zien hoe valse beschuldigingen samenhangen met bestaande sociaal-economische  omstandigheden.

De eerste pogroms

Vooroordelen tegen Joden bestonden al in de oudheid en vroege Middeleeuwen, blijkt in de eerste hoofdstukken. Kerkleiders speelden daarin een beslissende rol. In de eerste eeuwen van onze jaartelling legden zij in synodes en concilies bijvoorbeeld vast dat Joden en christenen niet met elkaar mochten trouwen, vrijen en eten. Quispel steunt de theorie dat Joden in die periode nog geen algemeen verafschuwde minderheid waren, maar dat ze juist naar de zin van de kerkvaders te veel mengden met christenen. Splitsende verordeningen moesten voorkomen dat de gelovigen door contact met Joodse overtuigingen en gebruiken van het rechte pad raakten. Tot vervolgingen kwam het echter nog niet.

Dat veranderde in de periode van de kruistochten. De geschiedenis van de pogroms in West-Europa begint in het voorjaar van 1096 in de Duitse Rijnstreek. Kruisvaarders onder leiding van Graaf Emicho van Leiningen, onderweg om tegen de moslims te strijden, hielden halt bij Keulen, Worms, Mainz en andere steden om Joden aan te vallen. Degenen die in handen vielen van de meute en zich niet wilden bekeren, werden vermoord. Geruchten rechtvaardigden het geweld: in Worms ging het verhaal dat de Joden een lijk hadden gekookt om met het kookwater bronnen te vergiftigen.

De kruisvaarders kregen hulp van de plaatselijke bevolking, maar kerkelijke en wereldlijke autoriteiten hielpen de Joden. Waar het gezag te zwak was, grepen moordenaarsbenden hun kans. Vanwaar die uitbarsting van geweld tegen Joden na eeuwen van relatieve rust? De oproep tot de kruistocht speelde een rol, maar Quispel zoekt in het voetspoor van zijn leermeester Dik van Arkel vooral verklaringen in de sociaal-economische positie van de Joodse bevolking.

De christelijke grondslag van het leenstelsel had Joden van het platteland verdreven, de christelijke gilden weerden hen uit beroepen in de stad. Contacten met niet-Joden namen af, terwijl de Joden in de Rijnstreek wel zichtbaar waren: in Mainz en Worms bestond de Joodse bevolking uit zo’n duizend zielen, op een totaal van enkele duizenden. De meesten waren bovendien recente migranten. Door de toegenomen sociale afstand konden vooroordelen die al bestonden verharden tot haat die harde maatregelen eiste.

Rituele moord

Bij de beschuldiging dat joden bronnen vergiftigden, voegde zich in de Middeleeuwen ook het verhaal dat hun godsdienst om rituele moorden vroeg. Dat idee zelf stamt al uit de Oudheid: in de tempel in Jeruzalem werd een ontvoerde Griek vastgehouden, vertelt de Egyptische schrijver Apion rond het jaar nul. De gevangene werd vetgemest om hem te offeren en op te eten. De beschuldiging over rituele moord zou in de Middeleeuwen in West-Europa terugkeren met dodelijke gevolgen. Zo’n honderdvijftig gevallen zijn bekend waarin Joden christenkinderen zouden hebben gedood om met hun bloed matzes te maken. Deel van het verhaal was dat de hele Joodse gemeenschap hiervan wist, zodat ook allen voor wraak moesten vrezen.

Opeenstapeling van beschuldigingen

In de negentiende eeuw werd de voorraad antisemitische vooroordelen aangevuld met het noodlottige idee dat Joden een inferieur ras vormen. Afstand doen van religie en cultuur hielp nu niet meer. Zelfs volledige assimilatie kon die vermeende biologische eigenschappen niet uitwissen. Een andere beschuldiging die school maakte, was die van het Joodse complot, culminerend in de uitgave van de beruchte Protocollen van de Wijzen van Zion in 1903. Dit verzonnen Joodse plan om de macht in de hele wereld over te nemen, circuleert nog steeds, met name in islamitische landen.

De opeenstapeling van beschuldigingen maakte Joden geschikt als zondebok voor alle gezindten. Niet alleen voor nationalisten, katholieken en fascisten, maar ook voor linkse politieke denkers zoals Bakunin en Domela Nieuwenhuis. De laatste noemde Marx ‘van oorsprong een jood’, die zich nooit los had gemaakt van ‘de oude rabbijnse […] spitsvindigheid’.

Gezien dat kruitvat van vooroordelen is het eigenlijk een wonder dat Joden niet vaker vervolgd werden. In hoofdstukken over antisemitisme in Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Engeland en Nederland probeert Quispel de verschillen te verklaren. In Engeland, bijvoorbeeld, waren uitingen van antisemitisme onder andere milder omdat er in dat land eeuwenlang geen Joden woonden. De industriële revolutie begon in Engeland en zonder Joodse financiers, waardoor samenzweringstheorieën over Joodse invloed op de geldwereld er minder stevig wortel schoten.

Anti-islamisme

Het boek besluit met de catastrofe van de holocaust en een kort hoofdstuk over hedendaags antisemitisme, zowel van extreem rechts (Jean-Marie le Pen, Jörg Haider en geestverwanten) als van Europese moslims.

Op de laatste pagina’s komt Quispel terug op het unieke karakter van het antisemitisme, onder meer waar hij antisemitisme vergelijkt met anti-islamisme. Hij lijkt hier op twee gedachten te hinken. Eerst stelt hij:

Anti-islamisme is geen variant van antisemitisme. Al was het alleen maar omdat er goede redenen zijn om angstig te zijn voor de groeiende macht van radicale moslims en hun bereidheid extreme vormen van geweld te gebruiken.

Maar zijn beschuldigingen over wellustige, sluwe en onbetrouwbare moslims dan geen vooroordelen, en beschuldigingen over wellustige, sluwe en onbetrouwbare Joden wel? Dat lijkt Quispel toch ook niet te vinden, want al in de volgende zin stelt hij:

Des te opvallender dat beschuldigingen van anti-islamisten aan het adres van de islam, soms verdacht veel lijken op de beschuldigingen die aan het einde van de negentiende eeuw werden geformuleerd aan het adres van de Joden.

Dezelfde tegenstrijdigheid duikt op in de slotalinea, waarin Quispel nog eens het unieke van Jodenhaat beklemtoont:

Wie een boek schrijft waarin gereformeerden of katholieken of Groningers of Belgen of wie dan ook ervan beschuldigd worden een complot te smeden om de wereld aan zich te onderwerpen, zal worden uitgelachen.

Maar katholieken zijn er in de negentiende eeuw in de VS van beschuldigd om een complot te smeden om de wereld aan zich te onderwerpen (inclusief wellustige priesters, massale verkrachtingen en babymoord). En Quispel heeft net zelf vastgesteld dat ‘sommige anti-islamisten […] argumenten gebruiken die rechtstreeks ontleend lijken te zijn aan [….] de Protocollen van de Wijzen van Zion. Paranoia, complottheorieën en doemdenken […] zijn kennelijk aantrekkelijk in een veel bredere context.’ Over die bredere context had ik graag meer gelezen.

Ongedierte

Het boek bevat aanzetten voor een geschiedenis die antisemitisme een plaats geeft tussen andere vormen van etnische haat, maar benadrukt uiteindelijk vooral het uitzonderlijke van Jodenhaat. Dat is jammer, want zelfs ogenschijnlijk bizarre beschuldigingen als die van rituele moord en kannibalisme worden ook tegen anderen geuit. Quispel noemt zelf in het voorbijgaan ketters en heksen, maar de verdenking dat de vijand letterlijk ons bloed wil drinken is algemener. In 2013 werden op Madagaskar drie mannen gelyncht door een menigte die hen verdacht van kindermoord en orgaanroof. Dergelijke geruchten zijn duizenden jaren oud en wijdverbreid.

Schermafbeelding 2016-02-27 om 22.10.08

De afgelopen tijd hebben commentatoren meermalen gewezen op de familieverwantschap tussen de huidige anti-islamitische propaganda en de antisemitische propaganda zoals die van het nazi-tijdschrift Der Stürmer. De overeenkomsten tussen beelden als de cover van een Pools tijdschrift waarop donkere mannen zich vergrijpen aan ‘Europa’ (links), en het beeld uit Der Stürmer op het omslag van het besproken boek zijn inderdaad frappant.

De vergelijking suggereert dat Der Stürmer de inspiratiebron was voor de Poolse foto. Maar dat hoeft niet: zulke stereotypen en metaforen zijn veel algemener. De nazi’s stelden Joden graag voor als ongedierte. Op het omslag van Quispels boek zien we de Jood als spin en in de propagandafilm Der ewige Jude (1940) komt een scene voor waarin Joden worden vergeleken met een rattenplaag. Maar de Hutu-radiozender die Tutsi’s kakkerlakken noemde die verdelgd moesten worden en zo de genocide in Rwanda inluidde, had nazi-propaganda niet nodig om die vergelijking te bedenken.

Chris Quispel: Anti-Joodse beeldvorming en Jodenhaat. De geschiedenis van het anti-semitisme in West-Europa. Hilversum: Verloren.
Bronnen
Bronvermelding citaten:
'Antisemitische aantijgingen gaan altijd over zaken...': p. 10. ‘Kenmerkend voor die beschuldigingen...': p. 280. Domela Nieuwenhuis noemde Marx ‘van oorsprong een jood’: p. 209. 'Anti-islamisme is geen variant ...': p. 277. 'Des te opvallender dat beschuldigingen ...': p. 277. Wie een boek schrijft...' p. 286-7. ... dat sommige anti-islamisten [...] argumenten gebruiken...: p. 286.
sluiten

One thought on “Tweeduizend jaar Jodenhaat: antisemitisme in West-Europa

  1. Naar mijn idee zijn er altijd en overal zondebokken gezocht.
    Soms om eigen falen te verdoezelen, soms uit onzekerheid voor het onbekende.

    Open staan voor anderen vergt moed, kennis en zelfvertrouwen.

    Vriendelijke groet,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *