« Mijnheer Van Klaes, koning der rokers: nepnieuws uit de 19e eeuw

Piet Piraat: AD kaapt geschiedenis van Zwarte Piet

‘Zwarte Piet was geen knecht, maar een piraat die cadeaus uitdeelde in Veere.’ Onder die kop presenteerde het AD eind oktober een nieuwe geschiedenis van Zwarte Piet. Volgens amateur-historicus Michiel de Jong begon het allemaal in 1623, toen het piratenschip van Murad Rais en zijn mannen de haven van Veere binnenvoer. Het piratenschip was de inspiratie voor de stoomboot en Piet was geen zwarte slaaf maar een varende vrijbuiter. In het pro-Pietenkamp werd dit verhaal met gejuich begroet. Maar het is onzin – een mooi verhaal dat het AD zelf had moeten doodchecken. 

Volgens De Jong kunnen we de ontwikkeling van Zwarte Piet alleen verklaren uit de aankomst van een piratenschip in Veere anno 1623. Daarmee gaat hij in tegen de gevestigde wetenschap, die Zwarte Piet pas ziet verschijnen in de negentiende eeuw. Vermoedelijk had Sinterklaas al in het begin van die eeuw een zwarte knecht, maar die komt pas goed in beeld vanaf omstreeks 1850, in de Sinterklaasboekjes van de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman.

Amateurs die tegen de gevestigde orde ingaan kunnen rekenen op sympathie. Michiel de Jong is van beroep financieel analist. Dat hoeft een bijdrage aan de Pietengeschiedenis niet in de weg te staan. Michael Ventris, de man die Lineair B ontcijferde, de oudst bekende vorm van Grieks, was opgeleid als architect. En juist in de folkloristiek wemelt het van de liefhebbers die bijdragen leveren aan de kennis van tradities. Iona en Peter Opie schreven standaardwerken over kinderfolklore zonder dat ze daarvoor hadden doorgeleerd. Maar dat vraagt tijd, en De Jong is, vertelt hij op zijn website, pas deze zomer begonnen met zijn Pietenstudie.

Methode-Von Däniken

Murad Raïs kwam in 1623 aan in Veere, maar de oudste afbeeldingen van Zwarte Piet die we kennen zijn van rond 1850. Dus al snel twee eeuwen ná de intocht van De Jongs piraat. Hoe wil De Jong dat gat dichten? Met de methode-Von Däniken.

Als puber las ik ademloos de boeken waarin de amateur-archeoloog Erich von Däniken bewees dat mythen over goden en godinnen eigenlijk echo’s waren uit de tijd dat buitenaardse wezens de aarde bezochten. In Waren de goden kosmonauten? en Terug naar de sterren stapelde de Zwitserse hotelmanager het ene bewijs op het andere: in het Oude Testament vlogen ufo’s rond en een reliëf uit een Maya-tempel was sprekend een astronaut in een ruimtecapsule. De bewijzen voor de Piet Piraat-theorie zijn van hetzelfde kaliber. 

Een Moorse Hollander

Jan Janszoon van Haarlem (1570-?) was een Hollandse kaper die zich tot de islam bekeerde en als Murad Raïs vanuit de Noord-Afrikaanse kust op rooftocht ging, waarbij hij zelfs IJsland aandeed. Eind november 1623 is hij even terug in Nederland: met twee schepen, beschadigd door een storm op de Noordzee, loopt hij de haven van Veere binnen. 

Daar gebeurt van alles: de autoriteiten proberen tevergeefs Jan/Murad over te halen zijn piratenleven op te geven, Spaanse slaven nemen de benen, Zeeuwse jongens monsteren aan. Geweldig materiaal voor een roman of een speelfilm. Hier eindigen de bronnen en begint de speculatie. De Jong:

Murad is steenrijk. Zijn bemanning, die deelt in de buit, is ook niet onbemiddeld. De bemanning draagt goede en excentrieke piratenkleding met tulband. Murad heeft zijn rijkdom en succes niet onder stoelen of banken gestoken. Hij is met veel geld zijn boot afgekomen. Hij heeft indruk gemaakt op de lokale en toegestroomde jeugd uit de omgeving. Sinterklaas is ook het feest waarbij verliefde jongens en meisjes elkaar vrijers en vrijsters gaven, om interesse in elkaar te tonen. De piraten hebben hier mogelijk aan meegedaan. Zij hebben ook cadeautjes gekocht. Waarschijnlijk is menig meisje verliefd geworden op een piraat. Dit is het meest bijzondere sinterklaasfeest voor de mensen in Veere in die generatie.

Mogelijk, waarschijnlijk. Ja, het bleef vast nog lang onrustig in het stadje Veere. Maar om dit te bestempelen tot oerknal van het Sinterklaasfeest zoals wij het kennen, moeten we wel heel veel aannemen. Bijvoorbeeld dat de Amsterdammer Jan Schenkman, die in zijn boekje uit 1848 als eerste de Sint laat arriveren per stoomboot, zich nog herinnerde dat in 1816, toen Schenkman negen was, de eerste stoomboot in Nederland aankwam in… Veere! Of Schenkman dat wist, weten we niet, en het gebeurde tweehonderd jaar na de intocht van Murad Raïs in Veere. Of Schenkman wist van het bezoek van Murad Raïs aan Veere weten we ook niet.

Jan Janszoon van Haarlem, alias Murad, was niet zwart, net als zijn bemanning, aldus De Jong. Waarom is Piet dan wel zwart? Dat verklaart De Jong uit een andere tak van de Sinterklaastraditie: de helper van de Sint als een duivel, zoals ze nog steeds voorkomen in de Alpen. En duivels zijn zwart. Dat zou kunnen, maar voor dat deel van de theorie hebben we de zeerovers niet nodig.

Een fataal probleem voor de Piet Piraat-theorie is dat er in de bronnen uit de tijd zelf geen spoor van te vinden is. De Jong vult die leemte op met redeneringen als de volgende. Zwarte Pieten waren tot in de twintigste eeuw ook bekend onder andere namen, zoals Trappedoeli en Sjaksjoer. De Jong:

Zou de naam Sjaksjoer ook kunnen afstammen van Jan Jansz? Jan Jansz –> Jean Jaques –> Jaques Jean —> Chacque Jour –> Sjaksjoer. Het lijkt misschien vergezocht, maar binnen een jolig sinterklaasfeest is gedurende 300 jaar van alles mogelijk.

Het lijkt niet alleen vergezocht, het ís vergezocht: dit gegoochel met woordgeschiedenis doet denken aan dat van de excentrieke taalkunstenaar de Duizenddichter, die beweert dat het Nederlands de oudste taal ter wereld is. Garage en amateur zijn geen Franse leenwoorden: het is andersom – ze komen van ons karhuisje en om-de-eer.

Dynamische tradities

Het klinkt misschien gek, maar traditie en verandering zijn geen tegenpolen: Tradities zoals het Sinterklaasfeest zijn voortdurend in beweging. En die verandering kan snel gaan. De Jong kan dit niet geloven: volgens hem kan een volksgebruik niet zo snel rigoureus veranderen, en al helemaal niet onder invloed van een creatieve uiting zoals een boek. Maar dat gebeurt regelmatig. 

Vrijdag de dertiende werd als ongeluksdag in de VS bekend door een roman  uit 1907 en in Nederland pas door de griezelfilm Friday the Thirteenth (1980). Het gebruik om liefdesslotjes aan bruggen te hangen kreeg in Italië een boost door een roman en de verfilming daarvan. Taboes rond Boeddhabeelden (‘mag je niet kopen, moet je krijgen’): een jaar of vijftien geleden waren ze er plotseling. Een beeldje van de heilige Jozef begraven om je huis te helpen verkopen: na de crisis in de huizenmarkt van 2008 werd het opeens een populair ritueel.

Pietendiscussie

Het artikel op AD.nl eindigt met de hoop dat de Piet Piraat-theorie een einde kan maken aan de bezwaren tegen Zwarte Piet: het was van origine geen slaaf, dus hij mag gewoon zwart blijven. Dat idee werd meteen enthousiast opgepikt door de rellerig-rechtse nieuwssite De Dagelijkse Standaard. Onder de kop ‘Onderzoeker zet de Zwarte Pietenhaters in hun hemd: Piet was helemaal geen slaaf, maar een piraat’ beweert die zelfs dat Murad Raïs in de zeventiende eeuw ‘elke november’ aankwam in Veere, in plaats van die ene keer in 1623. Protest tegen Zwarte Piet zou dus ‘wel eens op een gênante en onjuiste aanname gebaseerd kunnen zijn…’

Dat is onzin: al zou Piet zijn leven zijn begonnen als piraat in 1623 (wat dus niet zo is) – de afgelopen honderdvijftig jaar verscheen hij als de karikatuur van een zwarte man of een zwart kind. Die kwetsende karikatuur is nog lang niet verdwenen. Zo liepen er vorig jaar in Leiden nog pietjes in pakjes met panterprint en botjes in hun kroeshaar.

Vergeleken daarmee zou een schip vol piratenpieten wel een verbetering zijn.

 

Bronnen
  • Helsloot, J. I. (2012). Zwarte Piet and cultural aphasia in the Netherlands. Quotidian. Journal for the Study of Everyday Life, 3.
  • De Jong, M.C. (okt. 2017). De Nederlandse Sinterklaastraditie: Duivels en piraten.
  • Meertens Instituut: Piet en Sint: veelgestelde vragen.
  • Weijnen, A. (1940). De knechts van Sinterklaas. Brabantia Nostra 6, nr. 2, p. 47-55.
  • sluiten

    8 thoughts on “Piet Piraat: AD kaapt geschiedenis van Zwarte Piet

    1. Maar die pietjes in Leiden hadden die botjes en die panterprint wellicht ook gedragen zonder (zwart) kroeshaar en zwarte gezichten, want was dat geen verwijzing naar ‘holbewoners’ (The Flintstones?) vanwege het dino-skelet van Naturalis-Freek?
      Vergezocht & ongelukkig, dat dan weer wel..

    2. Had ook gekund, maar ze hadden kroeshaarpruikjes en zwartgeschminkte gezichtjes en zagen eruit als cartoon-kannibaaltjes. En nu je het zegt, het zal inderdaad geïnspireerd zijn door die T-Rex in Naturalis.

    3. Dit artikel citeert selectief uit mijn onderzoek. Ik heb veel meer aanwijzingen dan alleen Sjaaksjoer. Ook uit de periode tussen 1623 en 1850. Kijk bijvoorbeeld naar http://www.duivelsenpiraten.nl/een-schilderij-uit-1703. Bovendien is voor de officiële aanname dat Schenkman alles heeft bedacht geen enkel bewijs. Het is slechts gebaseerd op een 25 jaar oude associatie tussen het uiterlijk van de knecht met bestaande beelden uit de eeuw daarvoor. Er is dringend behoefte aan frisse ideeën op dit gebied. De termen mogelijk en waarschijnlijk kies ik niet voor niets. Er is geen definitief bewijs voor mijn theorie. Wel duidelijke aanwijzingen. Dat kan van andere theorieën niet gezegd worden. Lees voor meer informatie het hele artikel: http://www.duivelsenpiraten.nl/download-pdf/

      • In een blog voor een breed publiek heb ik een selectie uit uw artikel over Zwarte Piet besproken, het was niet mijn bedoeling om selectief te zijn. Uw artikel bevat veel meer materiaal, maar dat maakt de argumenten niet sterker, omdat het uitgangspunt niet strookt met wat bekend is over de ontwikkeling van Sinterklaas en andere tradities. U schetst een onjuist beeld van wat de onderzoekers van het Meertens Instituut beweren. Die zeggen niet dat ‘Schenkman alles heeft bedacht’. Uit de FAQ van het Meertens over Zwarte Piet: ‘Schenkman heeft de zwarte knecht dus niet zelf uitgevonden, maar wel gecanoniseerd.’

        U schrijft in uw artikel: ‘Het officiële scenario van het Meertens instituut is dat Zwarte Piet een page is, gebaseerd op beelden van voorname personen met zwarte bedienden. Helsloot gaat zelfs zover iedereen, die deze lezing niet volgt, te beschuldigen van culturele afasie.’ Dit is onjuist: de FAQ over Zwarte Piet van het Meertens Instituut legt uit dat de oudst bekende originele afbeelding die is van een zwarte knecht, maar zegt nadrukkelijk niet dat Zwarte Piet een page ‘is’ – de kleding van zwarte bedienden uit de zestiende- en zeventiende-eeuwse schilderkunst is deel van zijn nog steeds zichtbare geschiedenis. Evenmin beweert Helsloot in zijn artikel dat iedereen de Zwarte Piet niet als page ziet aan culturele afasie lijdt. Helsloot beweert dat de verschijning van Zwarte Piet nu voor een deel van de Nederlanders een pijnlijke karikatuur is van een zwarte man, waarin een geschiedenis van discriminatie, stereotypering en slavernij resoneert, en voor een ander deel van de Nederlanders een onderdeel van een leuk kinderfeest dat helemaal niets met racisme te maken heeft. Voor die laatste houding gebruikt hij de metafoor van culturele afasie: men mist de woorden om empathie uit te drukken voor degenen die in Zwarte Piet wel een kwetsende karikatuur herkennen.

        Het schilderij van Neveu uit 1703: ik kan geen piraat herkennen in het kind dat bij de harlekijns op het podium staat. En hoe weet u dat de harlekijns eigenlijk ‘twee duivels’ zijn? Uw speculaties over de reden van de schilder om de piraat zo onherkenbaar mogelijk af te beelden maken het niet beter: ‘De piraat is in het schilderij als kind uitgebeeld en bovendien op een niet-prominente manier. Naar de reden hiervoor kunnen we gissen. Heeft het ermee te maken dat de schilder de verhalen over de piraten toch niet volledig serieus durft te nemen? Wil hij aangeven dat de piraat nog niet een volwassen plek heeft in het verhaal? De schilder is geboren in Leiden. Zijn vader komt uit Rotterdam. Op het moment dat hij het schilderij maakt, woont hij in Amsterdam. Het is ook mogelijk dat hij de verhalen nog uit zijn kindertijd kan herinneren, maar dat ze in Amsterdam niet bekend zijn.’

        Dit is allemaal geen vervanging voor de afwezigheid van tastbare bewijzen van een traditie gebaseerd op de aankomst van piraten in Veere in 1623.

    4. Dank voor uw betoog. Ik wil daar graag weer op reageren. Ik schets inderdaad een beeld dat niet strookt met het beeld van het Meertens Instituut. En dat heeft een reden. Ik zal hier antwoorden op een aantal punten dat u aandraagt.

      Over rol Schenkman: Ik zeg nergens dat Schenkman Zwarte Piet heeft bedacht. Ik zeg dat Schenkman wordt gezien als vader van de huidige sinterklaastraditie, inclusief intocht van de stoomboot uit Spanje. Hij heeft echter ook deze laatste toevoeging niet bedacht, maar wel de verandering van zeilschip naar stoomboot.

      Over het Meertens Instituut, dat volgens u niet beweert dat Zwarte Piet een page is: Het Meertens Instituut zegt iets verder in dezelfde tekst: “De zwarte knecht in het boekje van Jan Schenkman uit 1850 is derhalve niet op te vatten als een huisslaaf, maar als een knecht in betrekking.” (i.e. page).
      De oudste afbeelding is geen zwarte knecht. Het oudste beeld van een knecht waar vriend en vijand het over eens zijn is een witte knecht (Wed. J van Egmont uit 1800).

      Over het Schilderij van Naiveu. Er blijkt uit dat er in 1703 kennelijk begeleiders van Sinterklaas bestaan. Er zijn vervolgens verschillende interpretaties mogelijk over de exacte betekenis van de begeleiders. Ik heb tot nu toe van sinterklaasdeskundigen alleen een verklaring gevonden dat de begeleiders duivels zouden kunnen zijn. Ik geef een verklaring, die hiervan iets afwijkt.
      Het Meertens Instituut heeft als premisse voor de betekenis van Zwarte Piet als page, dat Sinterklaas in de eeuwen voorafgaand aan de zwarte knecht nooit een begeleider heeft gehad. Dat de knecht dus ook niet ergens anders van is afgeleid. Dit wordt weersproken door dit schilderij.
      Overigens wordt het ook weersproken door het beeld van voornoemde witte knecht. Hier redt het Meertens Instituut zich uit door te stellen dat het beeld niet al te serieus moet worden genomen omdat het een kopie is van een ander beeld. Dit is hetzelfde argument dat het Instituut gebruikt voor de precies tegengestelde stelling dat Zwarte Piet gebaseerd is op het beeld van een page. Hier worden de feiten, om te zorgen dat de premisse overeind blijft, selectief geïnterpreteerd.
      Nu er dus nog een heel ander beeld van begeleiders is opgedoken, wordt het moeilijk om vol te houden dat er voor 1800 geen begeleiders waren. Het is daarom te verdedigen niet klakkeloos te volgen wat ‘bekend’ is over de ontwikkeling van de sinterklaastraditie.

    5. Er kunnen over deze kwestie nog veel meer haren gekloven worden. Feit is dat bepaalde blanke mannen in onze huidige samenleving uit alle macht proberen de ‘angel uit het racismedebat’ te halen. En dus begint men te roepen dat Zwarte Piet eigenlijk een duivel was, of een piraat. En dus dat zwarte mensen in Nederland niet zo moeten zeuren (u weet wel, de zeurpieten). En dat Piet best zwart kan blijven, want hij heeft geen Afrikaans uiterlijk en het heeft allemaal niets met slavernij van doen. Feit is dat Zwarte Piet sinds Schenkman (1850) steeds meer de karikatuur van een zwarte man is geworden, met kroeshaar, dikke lippen, oorbellen en een zwart gezicht, gekleed in een pagepakje waarin vroeger ook de huisslaafjes gekleed gingen. Vroeger was Zwarte Piet ook nog iemand die krom Nederlands sprak en zich als een onberekenbare malloot gedroeg. Kortom, de Sjimmie van Sjors, en de Afrikanen uit Kuifje in Congo. Een karikatuur. Het is alleszins begrijpelijk dat hedendaagse Surinamers en Antillianen nu eens af willen van dit vervelende clichébeeld. Aan dit gevoelen doet geen enkele duivelstheorie of Piet Piraat iets af. De theorieën fungeren alleen als opzettelijke bliksemafleiders. De angel is nog altijd niet uit het debat, wat sommige blanke mannen ook aan uitvluchten bedenken.

    6. Ik heb het volledige document van Michiel gelezen en als serieus onderzoeker van volksgebruiken heb ik vooral heel hard moeten lachen. De argumenten die Michiel aanvoert overstijgen niet het niveau van ´Ik zie een witte man met zwarte knechten, dus dat gaat over racisme´. Michiel doet aan selectieve waarheidsvinding: hij zoekt vooral naar argumenten die zijn theorie ondersteunen en negeert alle andere zaken. De meeste argumenten van Michiel zijn dan ook vrij eenvoudig te weerleggen.

      Zo bespreekt Michiel een schilderij van Mathijs Naiveu. Hij ziet hierop een Sint Nicolaas, twee harlekijnen die volgens hem duivels zijn en een jongetje in zwartepieten-outfit, dat hij zonder enige onderbouwing een piraat noemt. Hij negeert volkomen het feit dat Naiveu de harlekijnen en jongetjes ook afbeeldt op een groot aantal andere schilderijen die niets met Sint Nicolaas te maken hebben.

      Vergelijkt u maar.
      1. Het schilderij waar Michiel naar verwijst:
      http://sintenpietengilde.nl/wp-content/uploads/2017/02/thumbnail_schilderij.jpg
      2. Een ander schilderij van Naiveu:
      http://www.schilderijen.nu/schilderij/matthijs-naiveu-kaarslicht-binnenlandse-zaken-i16854.jpg

      Het hele document staat vol met dergelijke aannames en kan dan ook op geen enkele wijze serieus worden genomen.

    7. Het stuk van Michiel de Jong zou ook door geen enkele peer-review van een serieus etnologisch, volkskundig of cultuur-historisch tijdschrift heen komen; het is een voor de wetenschap onpublicabel artikel. En inderdaad: Naiveu schildert wel vaker harlekijns, ook als Sinterklaas in geen velden of wegen te bekennen is. Hij was gespecialiseerd in toneelfiguren en festiviteiten. De harlekijns zijn in het Sinterklaas-schilderij geen duivels, en ze horen niet bij de Sint. Ze dansen gewoon ter verhoging van de feestvreugde. Het blanke kind in het pagepakje is geen piraat en geen Zwarte Piet. Misschien is het wel een entertainer met dwerggroei en is hij een soort potsenmaker, maar dat is gewoon niet goed te zien.

    Leave a Reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *