« Reclame voor een pogrom: propaganda op Twitter en Facebook

Kettingbrieven: post van het noodlot

‘Stuur deze brief door aan 20 vrienden. Verbreek de ketting niet!’ Tweeduizend kettingbrieven verzamelde de Vlaamse folklorist Mathieu Driessen in de jaren tachtig en negentig. Hij kreeg ze van mensen die afwilden van die ongeluksbrengers: ‘Ik heb jaren schrik gehad en durfde deze brief niet te vernietigen.’ Driessen probeerde een einde te maken aan de brievenplaag.  En de kettingbrief verdween – om plaats te maken voor de kettingmail en de ketting-WhatsApp. Driessens dochter Ann schreef een boek over de ‘kettingen van de angst’. 

In 1986 opende Mathieu Driessen, een architect uit het Belgisch-Limburgse As met een passie voor folklore, een speciale postbus voor kettingbrieven. Dat leverde een collectie van 2.065 brieven op, vermoedelijk de grootste ter wereld. Na zijn dood in 2002 zette zijn dochter, de journaliste An Driessen, zijn kruistocht voort. Ze verzamelde zelf zo’n 200 kettingmails en Facebook-doorgeefberichten, en schreef het boek Het moest maar eens waar zijn – ‘Stel je voor dat het waar is.’ Daarin beschrijft ze verrassend uitvoerig de angst die deze onheilsboodschappen bij veel mensen opriepen en de vaak magische middelen waarmee ze zich ervan probeerden te bevrijden.

Kettingbrieven waren er in soorten: de meest onschuldige spiegelden de ontvangers voor dat zij immense hoeveelheden recepten, sokken of ansichtkaarten zouden ontvangen als ze er zelf een bepaald aantal van naar vrienden zouden sturen. Andere beloofden de doorstuurders sommen geld. Of ze vroegen om ansichtkaarten voor een ongeneeslijk ziek kind dat met een miljoen kaarten het Guinness Book of Records wilde halen. Soms bestonden die kinderen niet, soms bestonden ze wel, maar wensten ze tevergeefs dat de onstuitbare kaartenstroom zou stoppen.

Chinees Gebed

Maar het overgrote deel van de brieven – negen van de tien in de collectie van Mathieu Driessen – heeft een religieus en onheilspellend karakter. Ze presenteren zichzelf als ‘Ode aan onze Lieve Vrouw’ of ‘Chinees Gebed’, of zijn zogenaamd afkomstig van Sint-Antonius of geschreven door een missionaris in Venezuela. Sommige lijken typisch Vlaams en katholiek, maar dezelfde brieven circuleerden ook in Nederland. 

Veel van deze kettingbrieven waarschuwen dat het slecht met je afloopt als je ze niet doorstuurt: ‘In de Filippijnen ontving Generaal Anassite de brief, hij verbrak de ketting en na 7 dagen stierf zijn vrouw, later verstuurde hij ze toch en ontving 25.000 pts.’ Het bijzondere van Ann Driessens boek is dat het invoelend de impact van die onheilstijdingen schildert. Veel van de kettingbrieven zelf zijn vaker gepubliceerd, maar het leed dat ze bij een deel van de ontvangers teweeg brachten bleef tot nu toe ongedocumenteerd.

Verbranden

Sommige ontvangers verbrandden de brief, of lieten dat doen door hun man – negen van de tien mensen die zich bij Mathieu Driessen meldden, waren vrouwen. Sommigen hadden al jaren een brief in huis die ze niet weg durfden te gooien. Enkelen vroegen om raad bij pastoors of paters, die het fenomeen unaniem bestempelden als bijgeloof. Degenen die hun brief doorstuurden naar Driessen lijken ook hem gezien te hebben als een biechtvader en als iemand die hen van de noodlotsboodschap kon verlossen.

In ontboezemingen aan Mathieu Driessen legden vrouwen verbanden tussen onverstuurde kettingbrieven en ziekte, plotselinge sterfgevallen en ander malheur. Hun geloof in de kracht van de brief is onzeker, maar ja, je weet maar nooit. Twee voorbeelden:

  • Ik ben 57 jaar, dus geen kind meer. […] Helaas, de laatste heb ik niet verstuurd en ik kreeg veel tegenslag zoals apparaten stuk, ruzie in de familie. Het is misschien toeval of bijgeloof.
  • Ikzelf hecht niet veel geloof aan die brieven, maar mijn zoon kreeg nu ook zo’n brief. Het is niet de eerste keer. Hij doet nogal gevaarlijk werk want hij is chauffeur. Hij rijdt met van die lange vrachtwagens met acht auto’s erop. Nu in de winter, met die sneeuw en ijzel, is dat toch gevaarlijk; hij kan slippen. Ik hoor hem soms zeggen: sinds ik die brief heb gekregen, kom ik van alles tegen. Ik hoor dat hij bang is. Wat moeten wij nu feitelijk doen als wij zo’n brief krijgen? Wilt u me dat eens laten weten? Ik voeg er een postzegel bij om me iets te laten weten a.u.b.

Deze verzuchtingen zijn van dezelfde aard als die van toeristen die ‘ongeluksstenen’ terugsturen naar Hawaï en Australië: ze spreken, op zoek naar geruststelling, alle beschikbare autoriteiten tegelijk aan: ratio, Kerk en folklore. Ze nemen het zekere voor het onzekere.

WhatsApp

Mathieu Driessen is niet geslaagd in zijn missie om kettingbrieven de wereld uit te krijgen. De brieven die zogenaamd van een missionaris uit Venezuela komen, zijn verdwenen, maar hun rol is overgenomen door vergelijkbare berichten die verspreid worden via sociale media. Email, MSN, Facebook, WhatsApp: elk nieuw medium schiep nieuwe mogelijkheden voor kettingberichten. ‘Als je gelooft in engelen stuur het bericht binnen 143 minuten door aan 15 mensen. […] Als je van vijf een antwoord krijgt, krijg je een verrassing van iemand die van je houdt.’

Deelgemak en de populariteit van sociale media onder kinderen maakten ook sinistere berichtjes mogelijk voor een jonger publiek, zoals dat over Soema: ‘Ik ben 15 jaar met zwart afro haar en enge lelijke ogen. Ik heb geen neus mond schaamhaar of oren. Met andere woorden: ik ben DOOD! Als jij dit niet doorstuurt naar 15 mensen binnen de 5 minuten zal ik je vanavond vermoorden…. en de vloer rampeneren!’

Ann Driessen: Het moest maar eens waar zijn… Over kettingbrieven, kettingmails en kettingberichten. 204 pp. Soest: BoekScout. € 19,99.

Lees ook: Retour afzender – stenen souvenirs die ongeluk brengen

One thought on “Kettingbrieven: post van het noodlot

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *