« Stethoscoop geen vrijbrief voor arts die te hard rijdt
Haatpropaganda in PVV-tweet: ‘net 2 uren in Duitsland en dan al moord’ »

In Moskouse hotels hebben de muren oren en ogen

Hotelkamers in Moskou zijn niet te vertrouwen, vindt ook Donald Trump. Toen ik er jaren geleden was vanwege een missverkiezing, vertelde hij in zijn persconferentie op 11 januari, ‘zei ik al tegen  mensen: wees voorzichtig, want je wilt jezelf niet terugzien op de televisie. Het zit hier vol met camera’s.’ De Koude Oorlog is terug van weggeweest. En daar was ook het broodje aap weer dat een komische draai gaf aan spionage-paranoia: de geheimzinnige schroef onder het tapijt.

Het schandaal van de week: de Russische geheime dienst zou beschikken over ‘kompromat’ – compromitterende informatie – over aankomend president Donald Trump. Iets met prostituees en een hotelkamer in Moskou. Trump wees alles van de hand (‘Nepnieuws!’). Bovendien: iedereen wist toch dat die kamers vol zaten met onzichtbare camera’s?

Voor de Londense Evening Standard was dat reden een klassiek verhaal op te rakelen: een ingenieur die in een Russisch hotel overnachtte, zocht de hele kamer af naar afluisterapparatuur. Hij vond niets – tot hij het tapijt optilde en daaronder een metalen plaat zag die met een stuk of zes schroeven aan de vloer was bevestigd. Zorgvuldig verwijderde hij de ene na de andere schroef, totdat hij onder zich een daverend geraas hoorde. Hij had de kroonluchter van de eetzaal losgeschroefd.

Watergate

Het verhaal werd al verteld in de jaren vijftig, maar de oudste gedrukte versie die ik vond, stond in 1961 – hartje Koude Oorlog – in een Amerikaanse krant. Verteller was de pianist Arthur Rubinstein, hoofdpersonen een Frans echtpaar dat voor het eerst Moskou bezocht. In andere versies zijn het zakenlieden, sporters of wetenschappers.

Na het afluisterschandaal van Watergate in 1972 dook er ook een Amerikaanse variant op: een pasgetrouwd stel brengt de eerste huwelijksnacht door in het Watergate Hotel, maar zij is bang dat de kamers daar nog steeds vol zitten met microfoons. Hij ontdekt de schroef onder het tapijt en verwijdert die. ‘Goed geslapen?’ vraagt de man achter de receptie de volgende ochtend. ‘Ja, hoezo?’ ‘Vanwege alle commotie vannacht. Om twee uur ‘s ochtends viel de kroonluchter op het bed van de mensen in de kamer onder u.’

Uit een column van Nico Scheepmaker in het Nieuwsblad van het Noorden, 5 augustus 1981

Joseph Luns

In Nederland is het verhaal genoteerd door journalist en broodjeaapverzamelaar Nico Scheepmaker. Ook bestaat er een versie met de toenmalige secretaris-generaal van de NAVO Joseph Luns in de hoofdrol.

Ten slotte bestaat er een versie over een piloot van British Airways die zich – net als Donald Trump – terdege bewust was van de risico’s van Moskouse hotels. Toen hij een onbekende vrouw aantrof in zijn bed, wist hij meteen dat het een val moest zijn. Maar door zijn gezicht buiten het bereik van de verborgen camer’s te houden, kon hij zijn anonimiteit bewaren, dacht hij. Hij was echter vergeten dat er op zijn linkerbil ‘British’ getatoueerd stond, en op de rechter ‘Airways’.

Bronnen
  • Bennett, G. & Smith, P. (2007). Urban legends. A collection of international tall tales and terrors. Westport (CT): Greenwood Press, pp. 5-6
  • Brednich, R.W (1991). Die Maus im Jumbo-Jet. Neue sagenhafte Geschichten von heute. München: Beck, pp. 74-75.
  • Brunvand, J.H. (1987). The choking Doberman and other 'new' urband legends. Harmondsworth: Penguin, pp. 94-95.
  • Brunvand, J.H. (1999). Too good to be true. The colossal book of urban legends. New York/Londen: W.W. Norton, pp. 45-46.
  • Burger, P. (1992). De wraak van de kangoeroe. Sagen uit het moderne leven. Amsterdam; prometheus, p. 34.
  • Christensen, R.Z. (1998). Det döde barn i hoppegyngen. Moderne danske vandrehistorier. Kopenhagen: Borgen, p. 145.
  • Goldstuck, A. (1990). The rabbit in the thorn tree. Modern myths and urban legends of South Africa. Londen: Penguin, pp. 33-35.
  • Af Klintberg, B. (2005). Glitterspray och 999 andra klintbergare. Stockholm: Atlantis, pp. 79-81.
  • Mould, R.F. (1996). Mould's medical anecdotes. Omnibus edition. Bristol etc., pp. 408-410.
  • Parsons, D. (1977; 1e dr. 1967). Funny ho ho and funny fantastic. Londen: Pan Books, p. 23.
  • Portnoy, E. (1992). Broodje Aap Met. Een verdere bijdrage tot de folklore van de post-industriële samenleving. Amsterdam: De Harmonie, pp. 14, 149.
  • Smith, P. (1986). The book of nastier legends. Londen: Routledge and Kegan Paul, p. 67.
  • Top, S. (2008). Op verhaal komen. Moderne sagen en geruchten uit Vlaanderen. Leuven: Davidsfonds, pp. 206-207.
  • Train, J. (1996). Crazy quilt. Remarkable comic confusions. New York, p. 35.
  • sluiten

    One thought on “In Moskouse hotels hebben de muren oren en ogen

    Leave a Reply to Rob Alberts Cancel reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *