« Doodstraf zonder vonnis
De klont in de pap »

Het wolfsmeisje van Zwolle

India heeft de wolvenmeisjes Amala en Kamala. Frankrijk heeft Victor, de wilde jongen van Aveyron. In Duitsland dook in 1828 Kaspar Hauser op, in Neurenberg. Kinderen die opgroeiden in afzondering en overleefden in de wildernis. Vaak konden ze niet meer leren praten om hun verhaal te vertellen. En Nederland? Nederland heeft het wilde meisje dat in 1717 door boeren werd gevangen bij Zwolle. Wim Coster vertelt haar verhaal in Het Wolfsmeisje. Een mooie combinatie van geschiedschrijving en verbeelding. Maar met minder wolven dan de titel belooft.

In 1717 duikt een bijna naakte jonge vrouw met lang haar en een vuilzwarte huid op in de buurt van Zwolle. Bewoners uit de omgeving zetten een tijd vergeefs strikken voor haar, tot ze haar uiteindelijk weten in te sluiten in het bos van Kranenburg. Een net maakt een einde aan haar omzwervingen. Het stadsbestuur brengt haar, heel humaan, onder in herberg ‘De Misverstand’ aan de Ossenmarkt. Daar eet ze het liefst alleen sla en praten kan ze niet. In de stad kennen ze haar als ‘de wilde deerne’ of ‘de wildinne’.

Litteken

Waar kwam deze verwilderde vrouw vandaan? De manier waarop dat aan het licht komt, hangt van zoveel toevalligheden aan elkaar, dat het voor een roman te ongeloofwaardig zou zijn. Maar Het Wolfsmeisje is geen roman, auteur Wim Coster is historicus en baseert zich op archiefstukken. Berichten over de wilde deerne van Zwolle bereiken in 1718 een koopman in Antwerpen, die net van een van zijn kinderen een verhaal heeft gehoord over een ander mysterie: de ontvoering van een Antwerps meisje van anderhalf in het jaar 1700. Te herkennen aan een litteken boven de linkerwenkbrauw en twee aaneen gegroeide tenen aan de linkervoet.

Ze sturen een brief naar Zwolle. Litteken: check. Tenen: check. De vondeling heet Anna Maria Jennaert en wordt herenigd met haar moeder. Waar is ze al die jaren geweest? Hier zwijgen de bronnen, dat gat in het verhaal is te groot om te vullen voor de schrijver. Op andere plaatsen gebruikt hij zijn verbeelding om, vaak vragenderwijs, Anna Maria tot leven te brengen. Wat at ze bijvoorbeeld toen ze rond Zwolle zwierf? 

Wie weet, peuzelt zij hier en daar nog van enig hooi, als zij zich in een mijt of berg te ruste legt. Of neemt zij een hap van het persvoer, dat bij boerderijen in geurende bulten ligt opgetast. […] 

De flora is weldadig, dat zeker, maar louter op de geuren of kleuren kan zij niet afgaan. De brandnetels, hoe heerlijk ze ook kunnen smaken, geven hun eigen signalen. Maar hoe weet zij wat zij vooral moet zien te mijden? Hoe weet zij welke planten juist een remedie kunnen bieden tegen allerhande kwalen? Hoe weet zij van kraailook, vogelmelk, look-zonder-look, pinksterbloem of waterkers?

Studieobject

Behalve het verhaal van de zwijgende Anna Maria vertelt Coster in Het Wolfsmeisje het verhaal van haar verhaal. Kort na haar entree in Zwolle verschenen er al twee miniboekjes over haar leven. Daarna trok ze ook de aandacht van geleerden die zich afvroegen wat de mens onderscheidt van de dieren en wat de oorsprong is van de taal. Wat is aangeboren, wat is aangeleerd? ‘Wilde kinderen’ zoals Anna Maria, die geïsoleerd van andere mensen waren opgegroeid, waren daarvoor ideale studie-objecten. 

Zoals Anna Maria waren er meer. De Amsterdamse dokter Tulp – bekend van Rembrandts anatomische les – onderzocht in 1672 al een Ierse jongen die zijn kindertijd had doorgebracht met wilde schapen. Hij praatte niet, maar blaatte. In 1724 dook bij Hamelen de jongen Wilde Peter op. De natuurvorser Linnaeus maakte voor hen een apart plaatsje in zijn inventaris van alle levende wezens: homo sapiens ferus, de wilde mens. Anna Maria staat er ook bij, tussen kalfskinderen en berenjongens. Puella Transisalana heet ze, het Overijsselse meisje. 

Wolvenkinderen

Nog later werd Anna Maria opgenomen in een nieuw verhaal, dat van de wolfskinderen. Het bekendste wolvenkind is Mowgli, uit Kiplings Junglebook (1894). Fictie. In 1920 vond een zendeling twee echte wolvenmeisjes in India, Amala en Kamala. Ook hun verhaal bleek later grotendeels verzonnen door hun redder. Amala en Kamala konden het niet tegenspreken. In dit gezelschap is ook Anna Maria opgenomen, maar wie nu op basis van de titel Het Wolfsmeisje fantasierijke verhalen verwacht waarin zij in het Kranenburger bos rond rent met een roedel woven, komt bedrogen uit. Wolfskind is een label dat ook op verwilderde kinderen wordt geplakt zonder wolven in hun voorgeschiedenis.

En het verhaal is nog niet ten einde. Coster geeft het laatste woord aan de stadspastor van Zwolle, Mariska van Beusichem, die Anna Maria in een preek tot slot heel eigentijds duidt als ‘de ultieme ander’. In 1717 heeft het Zwolse stadsbestuur haar ruimhartig opgenomen, maar het had ook anders kunnen gaan: ‘Wat doen we met de ander die zich ongevraagd aandient? Wegjagen of opnemen?’ Anna Maria als asielzoeker.

Het verhaal gaat ook verder buiten het boek: in mei en juni is Anna Maria in de IJsselhallen in Zwolle te zien in het muziektheaterspektakel De Wilde Deerne.

 

Wim Coster: Het wolfsmeisje. Zoektocht naar een verdwenen kind uit de achttiende eeuw. 182 pp. Amsterdam: Balans. € 19,99. Zie ook de website van Wim Coster.

 

One thought on “Het wolfsmeisje van Zwolle

Leave a Reply to Rob Alberts Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *