« De duurste kat ter wereld
Mijnheer Van Klaes, koning der rokers: nepnieuws uit de 19e eeuw »

De heilige hond

‘Het schijnt waar gebeurd te zijn. De baby krijste, zodat het in de verre omtrek te horen was en de moeder repte zich naar de babykamer. Daar stond de Sint Bernhard met het kindje in zijn bek! Paniek. Moeder griste de baby uit de grote hondebek. En daarna werd er niet geaarzeld: meteen met de hond naar de dierenarts om hem te laten inslapen. Een dramatische vergissing naar enkele uren later bleek: in het wiegje zat een rat! De moedige redder had zijn goede daad met zijn leven moeten bekopen. Het is makkelijk voorstelbaar wat een verdriet en schuldgevoelens de baas en de bazin van de hond te verwerken kregen! Als het verhaal waar is, want dat heb ik niet kunnen controleren […].’

Dit verhaal stond op 30 september 1983 in De Telegraaf, in een artikel over rouwverwerking na de dood van een huisdier. Twee jaar daarvoor circuleerde het in België, waar het ook als nieuwsbericht de krant haalde. De Sint Bernhard was in België een poedel en het speelde zich af op de parkeerplaats van een supermarkt. Een vader heeft zijn kind van twee in het winkelwagentje gezet bij de boodschappen, maar ontdekt als hij bij zijn auto komt dat hij vergeten is sigaretten te kopen. Hij loopt terug naar de winkel, zijn hond blijft achter bij het kind. Als hij terugkomt ziet hij tot zijn schrik dat het gezicht van het kind is opengekrabd. Zonder zich te bedenken grijpt hij de poedel en slaat hem dood tegen de straatstenen. Daarna ontdekt hij de muskusrat die in de pasgekochte aardappelen verborgen zat.

Ridder

Deze geschiedenis van trouw en berouw is al meer dan tweeduizend jaar oud. De eerste gedrukte Nederlandse versie is te vinden in een boek uit de vijftiende eeuw, Die hystorie van die seven wijse mannen van Romen (1479). In deze vertelling proberen zeven wijzen met hun verhalen de keizer van Rome over te halen om zijn zoon te sparen, die vals beschuldigd is van verkrachting. Zij vertellen hem de geschiedenis van de trouwe hond als waarschuwing tegen overhaaste beslissingen.

Het middeleeuwse verhaal gaat over een ridder en zijn jachthond. De hond is begiftigd met een instinct dat aan helderziendheid grenst: als de ridder in het zadel klimt om ten strijde te trekken, houdt de hond jankend het paard tegen bij de staart wanneer hij voorvoelt dat zijn baas een nederlaag zal lijden. De afloop kun je nauwelijks met droge ogen lezen. De hond heeft het kind van de ridder beschermd tegen een grote slang die uit de muur gekropen kwam, maar:

Die ridder wort seer toernich ende ghinc in den sael ende die hont als hi ghewoenlic was ghinc hem te ghemoete al wepstartende [kwispelstaartend] ende hem vrientscap bewisende. Die ridder toech uut sijn swaert ende sloech den hont mit enen slaghe sijn hoeft of…

De verhalen van de zeven wijze mannen zijn van oosterse origine. Via allerhande vertalingen zijn ze te herleiden tot de Indiase verhalenschat uit de zesde eeuw voor Christus. In de Panchatrantra, een Indiase verhalencyclus, is de tragische held een mangoest (een klein roofdier) die een cobra doodt; zijn baas is een brahmaan.

Guinefort, de heilige hazewind

Het verhaal van de trouwe hond is een evergreen: het kon voortdurend opnieuw gebruikt worden, voor een telkens nieuw publiek. De lijst van versies is eindeloos – ik noem hier de drie bijzonderste. Een van de hoogtepunten uit de bonte carrière van het verhaal is de heiligverklaring die de hoofdpersoon ten deel viel in Frankrijk. Een document uit de dertiende eeuw verhaalt hoe de dominicaan Etienne de Bourbon tot zijn stomme verbazing ontdekte dat boeren in een bos veertig kilometer ten noorden van Lyon een hazewindhond vereerden.

Vrouwen biechtten hem op dat ze hun zieke kinderen naar het graf van de Heilige Guinefort brachten, een windhond die door zijn eigenaar in een vlaag van woede was gedood nadat de hond zijn kind van een slang had gered. De dominicaan deed zijn best om deze ketterse praktijken uit te roeien, maar de boeren lieten zich hun geloof niet afpakken: tot in het eerste decennium van de twintigste eeuw brachten vrouwen uit de omgeving hun zwakke en koortsige kinderen naar de heilige hazewind.

Toeristen

Wie nu nog een bedevaart wil maken naar het graf van de trouwe hond, moet naar Wales, naar het dorp Beddgelert aan de voet van de berg Snowdon. In 1793 verzon een plaatselijke hotelhouder die om klandizie verlegen zat dat Beddgelert zijn naam ontleende aan het grafmonument dat prins Llewelyn de Grote daar in de dertiende eeuw had opgericht voor zijn trouwe hond Gelert, die Llewelyns kind had gered van een wolf. De hotelhouder hielp de geschiedenis een handje door zelf een gedenkteken te fabriceren en de toeristen stroomden toe.

Het graf van Gelert in Beddgelert, Wales (foto Jim Linwood, Flickr, CC BY 2.0)

Voor de rechter

In 1985 ontvoerden drie mannen in Illinois de zestienjarige Bridget Drobney en namen haar mee naar een maisveld, waar ze haar verkrachtten en vermoordden. Robert Turner (29) was de man die volgens de twee anderen met een bebloed mes het maisveld uit kwam lopen. Bovendien was zijn schaamhaar aangetroffen op het lichaam van het slachtoffer. 

Voor de rechter hield Turner vol dat hij op dat moment ergens anders aan het vissen was. Hij had de schijn tegen, gaf hij toe in zijn slotwoord voor rechter en jury. Net als de hond van zijn over-overgrootouders, die op het platteland van Iowa woonden. In een bitter koude winter werd de man ziek. De dichtstbijzijnde dokter was meer dan dertig kilometer weg. Maar de vrouw ging met haar man op pad en liet haar baby achter met de trouwe hond. Bij thuiskomst vond de vrouw de hond halfdood en met bloed aan zijn bek. De baby was spoorloos. Ze schoot de hond ter plekke dood – en hoorde toen de baby huilen. Het kind was ongedeerd en ernast lag een dode wolf.

Het mocht Turner niet baten: hij werd veroordeeld tot de elektrische stoel. Dat hij uiteindelijk toch zijn executie ontliep, had hij niet te danken aan zijn vertelkunst, maar aan de gouverneur van Illinois, die in 2011 de doodstraf afschafte.

 

Illustratie Guinefort: Llancebower (Wikimedia Commons, publiek domein)

Foto Beddgelert: Jim Linwood (Flickr, CC BY 2.0)

Bronnen
Dit artikel is de aangevulde versie van een paar pagina's uit mijn boek De gebraden baby (Amsterdam: Prometheus, 1995), pp. 24-28.
Zie voor bronnen en andere versies van het verhaal:

  • Baring-Gould, S. (1866). Curious myths of the middle ages. Londen [etc.], pp. 126-136.
  • Berg, M. van den (1981). Volksverhalen uit Antwerpen. Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum, pp. 168-169, 290.
  • Botermans, AJ. (ed.) (1889). Die hystorie van die seuen wijse mannen van romen. Haarlem.
  • Brednich, R.W. (1996). Die Ratte am Strohhalm. Allerneueste sagenhafte Geschichten von heute. München: Beck, pp. 134-135.
  • Bree, F. de (1993). Gheraert Leeu als drukker van Nederlands verhalend proza. In: K. Goudriaan e.a. (red.), Een drukker zoekt publiek. Gheraert Leeu te Gouda 1477-1484. Delft, pp. 61-80.
  • Brunvand, J. H. (1987). The choking dobermann and other 'new' urban legends. Londen: Penguin, pp. 31-34.
  • Brunvand, J.H. (1999). Too good to be true. The colossal book of urban legends. New York/Londen: W.W. Norton, pp. 48-49.
  • Klintberg, B. af (1994). Den stulna njuren. Sägner och rykten i vår tid. [z.p.]: Norstedts, pp. 69-71.
  • Morgan, P. (1983). From a death to a view: the hunt for the Welsh past in the romantic period. In: E. Hobsbawm en T. Ranger (red.), The invention of tradition. Cambridge [etc.], pp. 43-100.
  • People vs Turner (1989).
  • Portnoy, E. (1992). Broodje aap met. Amsterdam: De Harmonie, pp. 53, 159-161.
  • Ranelagh, E.L. (1979). The past we share. The near eastern ancestry of western folk literature. Londen, pp. 244-245, 264-265.
  • Schmitt, J.-C. (1982). Der heilige Windhund. Die Geschichte eines unheiligen Kults. Stuttgart.
  • Schmitt, J.-C. (1990). Hundes Unschuld. In: R.W. Brednich e.a. (red.), Enzyklopadie des Märchens. Berlijn/New York. Dl. 6, kol. 1362-1368.
  • Seal, G. (2001). The Cane Toad High. Great Australian Urban Myths. Revised edition. Sydney [etc.]: HarperCollins, pp. 151-153.
  • Stallaert, K. (ed.) (1889). Van den ivi vroeden van binnen Rome. Gent.
  • Top, S. (1984). Van gestolen grootmoeders en andere hedendaagse lugubere verhalen. De Brabantse folklore, nr. 242 (juni), pp. 68-85.
  • sluiten

    Leave a Reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *