« Jacob van Maerlant, Het Boek der Natuur (1995)
Een poema op de Veluwe »

Bargoense inbrekerstekens: broodje aap van de politie

Pas op voor Bargoense tekens op je huis, waarschuwt de politie: geheime symbolen waarmee inbrekers elkaar vertellen waar het meest te halen valt. Een driehoek betekent: vrouw alleen. Drie schuine strepen: reeds bestolen. Maar waarom is er nooit een inbreker betrapt met een krijtje op zak? De geschiedenis van een politionele dwaling.

14 februari 2005, 7 minuten voor acht in de ochtend: een Amsterdamse buurtregisseur klikte op de verzendknop om zijn contactpersonen in de wijk met een mailtje te waarschuwen voor een nieuwe inbrekerstruc. Groepjes onopvallende vrouwen, soms vergezeld van een kind, deden de voorverkenning. Daarna schreven ze geheime tekens op de muur, bij de bel of op de klep van de brievenbus. Viel er iets te halen, was er een gevaarlijke hond in huis? Later, soms zelfs dagen later, kwam de ‘wegneemploeg’, las de tekens en pleegde de inbraken. De buurtregisseur leverde er ook een lijst bij van twaalf symbolen die bij woninginbraken waren aangetroffen op gevels. Een cirkel is ‘niets te halen’, een poppetje met de handen omhoog: ‘man met geweer’. Ja, het dievengilde kon verrassend creatief zijn.

Deze politieman was niet de eerste die in Amsterdam alarm sloeg over de dievencode. Al in augustus 2004 waarschuwde de politie in Amsterdam-West tegen Oost-Europese vrouwen die zich bij bejaarden naar binnen babbelden met een verzoek om een glaasje water of omdat ze hun sleutel kwijt waren. Terwijl een van hen de bewoners afleidde, doorzochten anderen de woning. Die waarschuwing haalde een huis-aan-huiskrant, het Stadsblad, en daar bleef het bij. Het bericht van de buurtregisseur belandde echter onbedoeld op het bureau van een Volkskrant-journalist, die er een spannend verhaal van tikte (‘Dieven kerven tekens op huizen slachtoffers’) dat ook werd opgepikt door andere kranten. Nu waren de dieventekens landelijk nieuws.

Ik las het bericht en verbaasde me. Zou je die nou vaak tegenkomen in Amsterdam, mannen met geweren? En wat moest een inbreker met een symbool voor ‘hier mag je kamperen’? Dit rook naar een broodje aap. Waarom had deze nieuwe vorm van misdaad nog niet geleid tot arrestaties, als die buurtregisseur alles zo scherp in de peiling had? En hoe lang had deze Sherlock Holmes erover gedaan om de code te breken? Bij de eerste poging had ik met Google de hele lijst al gevonden. Die staat gewoon op het web – niks geheim. Mijn broodjeaapmeter stond nu ver in het rood.

Een woordvoerder van de Amsterdamse politie bevestigde mijn vermoeden: die tekens waren nergens gezien, er was geen sprake van een toenemend aantal inbraken, de buurtregisseur had louter een gerucht doorgegeven. Case closed – en ik had een mooi verhaal voor mijn taalrubriek in het Algemeen Dagblad van 5 maart 2005.

Inbrekerstekens? (foto politie Eindhoven, 2005)

Maar die krant was amper in de kattenbak verdwenen of de politie in Eindhoven maakte in een persbericht bekend dat er ‘Bargoense tekens’ waren gesignaleerd in de stadsdelen Stratum en Gestel. Als bewijs stuurde de politie twee foto’s mee: een huisnummer met een kruisje en een rondje eronder, en een deurbel met een vage F ernaast. Een sterk staaltje crime scene investigation.Vreemd was wel dat de crime nog niet had plaatsgevonden: in geen van de huizen met tekens was ingebroken. Toch brachten de Brabantse kranten het nieuws op de voorpagina. Met voorspelbare gevolgen: binnen een dag belden zestig burgers de politie – ze hadden ook krijttekentjes op hun huis gevonden!

De pers deed er nog een schepje bovenop: hoewel de politie alleen kruisjes en rondjes noemde, publiceerden verschillende kranten een van internet geplukte lijst met dievencodes. ‘Zigzag is “hond”, driehoek is “vrouw”, kopte De Gelderlander boven een voorpagina-artikel waarin ook de Volkskrant-canard weer als waar werd opgedist. Vreemd genoeg had deze lijst van 19 tekens geen enkel symbool gemeen met de lijst van de Amsterdamse buurtregisseur.

Nieuwe ontdekkingen volgden. In Enschede ontstond in maart 2005 beroering over V-tekens die volgens de een op woningen van allochtonen stonden en ‘vertrekken!’ betekenden, maar volgens de ander werden gezet door Jehova’s getuigen. Of waren het toch Poolse dieven? In Hoogeveen werd een Poolse autokraker gearresteerd die een notitieboekje op zak had met morsetekens, kruisjes en pijltjes. Het werd ter ontcijfering opgestuurd naar de Eindhovense codebrekers. In april 2005 werden in Vlissingen uit een huis 600 cd’s gestolen; onder het huisnummer leken de letters C en D geschreven. En toen werd het stil rond de dieventekens.

Politie heeft geen bewijzen voor inbrekerstekens

De politie van Eindhoven heeft de tekens op huizen in die stad nog niet kunnen vertalen. Woordvoerder Pieter van Hoof: ‘Het kan per bende verschillen.’ Maar dat het dieventekens zijn, weet hij zeker. Ze zijn al vaker gebruikt in Nederland, al kan hij niet zeggen waar of wanneer. ‘Maar alle agenten kennen ze uit hun opleiding.’

Dat is niet helemaal waar. ‘Er wordt bij ons geen les gegeven over die tekens’, zegt de woordvoerder van de Politieacademie in Apeldoorn, ‘en ze staan ook niet in onze leerboeken. Wel worden ze van tijd tot tijd ter sprake gebracht door agenten in opleiding die er in hun regio over gehoord hebben.’ Ook het Nederlands Politie Instituut, verantwoordelijk voor de professionalisering van de politie, kan het bestaan van de tekens niet bevestigen. De inbraakexperts van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid evenmin. De docenten van de rechercheschool in Zutphen, het generaal parket van het Openbaar Ministerie, de Dienst Nationale Recherche Informatie (voorheen de CRI) te Zoetermeer, het Korps Landelijke politiediensten (de KLPD) in Driebergen, en ook de beheerder van het Politiemuseum in Apeldoorn: bijna allemaal hebben ze wel van de tekens gehoord, maar niemand kent namen, plaatsen en data.

Er is in Nederland nog nooit een inbreker betrapt die geheime tekens op een gevel kraste. Waarom geloven politiemensen dan toch dat inbrekers dat doen? Omdat ze dat weer horen van andere politiemensen. Al langer dan een eeuw circuleren tussen de politiekorpsen van heel West-Europa lijsten met inbrekerstekens. De technische recherche in Vlissingen bijvoorbeeld beschikt over een lijst van maar liefst 102 van die tekens, afkomstig uit het wekelijkse opsporingsblad van de Belgische politie.

Bargoense tekens in het buitenland

Dat die tekens in Nederland ooit door inbrekers zijn gebruikt, is hoogst onwaarschijnlijk. In het buitenland zijn sporadisch aanhoudingen verricht in verband met dieventekens, maar harde bewijzen zijn daar evenmin gevonden. In een artikel uit 1994 concludeert de Franse hoogleraar sociologie Jean-Bruno Renard, gespecialiseerd in geruchten, dat de tekens in de jaren twintig en dertig misschien nog werden gebruikt door zwervers (‘Hier zijn ze goedgeefs’; ‘Hier krijg je iets als je ervoor werkt’). Voor recent gebruik door dieven vond ook Renard geen aanwijzingen. In 1982 heeft de Franse politie voor de eerste en laatste maal tekens op huizen onderzocht, in de regio Bordeaux. Die bleken afkomstig van colporteurs die zo de huizen merkten waar ze al hadden aangebeld. Ook de Belgische Federale politie laat desgevraagd weten dat er in België nooit een bende is opgerold waarvan het bewezen kon worden dat de leden zich van deze tekens bedienden.

Mijn eigen zoektocht in criminologische en volkskundige literatuur, op internet, in krantenarchieven en bij buitenlandse specialisten leverde niet meer op dan een handjevol twijfelachtige gevallen. Dit geringe aantal alleen al bevreemdt bij een inbrekersmethode die zo oud en zo wijdverbreid zou zijn. Waar komen dan die gedetailleerde lijsten met symbolen vandaan die de Nederlandse kranten hebben afgedrukt? In een poging om meer licht te brengen in deze duistere geschiedenis, gaan we eerst terug naar de vroegste vermeldingen van dit geheimschrift.

Brandstichtersbendes in de zestiende eeuw

Berichten over misdadigers die huizen markeren met tekens verschijnen voor het eerst in het begin van de zestiende eeuw. Er heerste in die tijd een hysterische angst voor bendes gespuis die in opdracht van vijandelijke hoge heren huizen en steden in brand staken. Deze brandstichters – in Duitsland bekend als Mordbrenner – zouden zich bedienen van streepjes, pijltjes en kruisjes om hun doelwitten aan elkaar door te geven. Historici houden het er tegenwoordig op dat dergelijke samenzweringstheorieën grotendeels berusten op weinig meer dan geruchten.

Maar wie kraste er dan tekens op deuren en bomen, bijvoorbeeld in het Franse Troyes, dat in 1524 door brand werd verwoest, of in het Duitse dorp Metschaw bij Merseburg, waar in 1540 de rode haan kraaide? In Troyes zouden de tekens achtergelaten kunnen zijn door landlopers, in Merseburg mogelijk door zigeuners. Vier mannen die daar van brandstichting werden beschuldigd, worden beschreven als ketelsmeden met een zwarte baard. Als dit inderdaad zigeuners waren, hebben zij wellicht tekens aangebracht in hun eigen tekenschrift, het Patrin.

De brandstichtersbendes verdwenen, maar de onrust over geheime tekens op huizen bleef bestaan. Vanaf het midden van de negentiende eeuw hebben volkskundigen, maar vooral criminologen, zich ingespannen om de tekens te verzamelen en hun betekenis te doorgronden. Een sleutelrol speelde daarbij de Oostenrijkse hoogleraar criminologie Hans Gross. Zijn standaardwerken over het ambacht van rechercheur en onderzoeksrechter verschenen vanaf het eind van de negentiende eeuw en werden herdrukt tot in de jaren zeventig. Inclusief de dieventekens, die ook in de editie-1977 van zijn Handbuch der Kriminalistik nog goed zijn voor een pagina of zeven – met de aantekening dat ze vroeger veel vaker werden aangetroffen.

Wanneer eigenlijk? Ook rond 1900 merken vorsers – met inbegrip van Gross – al regelmatig op dat er door de toegenomen geletterdheid onder dieven en landlopers minder tekens op huizen te vinden waren. En inderdaad: de jongste voorbeelden uit deze criminologische verzamelingen die echt ‘in het wild’ zijn aangetroffen, stammen uit de jaren dertig. Deze criminele graffiti, vaak in de vorm van rebussen die plaats, tijd en aard van de inbraak aanduiden, komen echter weer nauwelijks overeen met de lijsten met tekens die al meer dan honderd jaar de ronde doen. Die lijsten berusten nauwelijks op veldwerk, maar vooral op overschrijfwerk.

Anderhalve eeuw overschrijfwerk door de politie

Lijsten met dieventekens circuleren in heel West-Europa en in de VS. Door verschillende versies naast elkaar te leggen worden onthullende verbanden zichtbaar. Wat valt op?

1. De ouderdom en stabiliteit van de tekens. De oudste vindplaats van tekens die de politie tegenwoordig presenteert als authentieke inbrekersgeheimtaal is een landkaartje voor bedelaars uit een Engels bargoens woordenboek uit 1859. Bijna anderhalve eeuw later komen alle acht tekens van deze Engelse bedelaarskaart samen met hun verklaringen ook voor in de lange lijst van de Belgische politie uit 2003, die ze toeschrijft aan zigeuners uit voormalig Joegoslavië. De Belgische lijst bevat ook plaatjes van twee krukken (‘Hier is iets te verdienen als gebrekkige’) en van een karaf (‘Hier krijgt een bedelaar te drinken’). Deze symbolen werden beide rond 1900 één maal waargenomen op Oostenrijkse muren, respectievelijk in het bedevaartplaatsje Maria Schutz en in Gaming, op de poort van herberg Zum Türkenkipfel. Dit wijst allemaal op een ongewoon stabiele overlevering, over de grenzen van landen, tijden, culturen en talen – of op overschrijfwerk door de politie.

2. Het nostalgische karakter van de tekens. Hoewel de sociale omstandigheden en de inbrekerstechnieken in anderhalve eeuw behoorlijk veranderd zijn, verdwijnen gedateerde codes niet uit de lijsten. De lijst van de Belgische politie uit 2003 bevat bijvoorbeeld een tekening van een viool met een streep erdoor. De verklaring roept een beeld op van rondtrekkende muzikanten: ‘Hier is met de viool weinig te bereiken.’ Dit is een verbasterde versie van de viool-met-strijkstok die in het begin van de twintigste eeuw éénmaal werd aangetroffen in Oostenrijk en betekende dat er met de viool wél te verdienen viel. Andere tekens uit de Belgische lijst geven hints voor frauduleuze waarzeggers: ‘De huisvrouw wenst een kind te krijgen’ of ‘Ruzie over erfenis’. Deze waarzeggerstekens gaan terug op een boek over zigeuners uit 1892. Daarna heeft voor zover bekend niemand ze meer gezien.

3. Het cumulatieve karakter van de lijsten. De samenstellers gooien tekens op een hoop die in de vroegste bronnen worden toegeschreven aan groepen die sterk van elkaar verschillen in taal, cultuur en bezigheden. Een groot deel van de boodschappen kan alleen van nut zijn voor zwervers, zoals ‘je krijgt hier te eten als je ervoor werkt’ (tekening van een hamer).

4. De taal van de daders. De taal van de vermeende daders maakt sommige symbolen onwaarschijnlijk. Van België tot Portugal worden zigeuners er in onze tijd van verdacht met letters gunstige tijdstippen voor een inbraak door te geven: D is zondag, N is nacht, M is morgen. Maar waarom zouden zigeuners zich bedienen van letters die niet corresponderen met woorden in hun taal, maar wel met woorden uit de Romaanse talen van hun beoogde slachtoffers: dimanche en domenica, notte, noche, matin, mattina?

Door dit verzamelwerk van politie en criminologen verschenen ook Amerikaanse tekens op de Europese lijsten. In een van zijn recherchehandboeken uit het begin van de twintigste eeuw nam de Oostenrijkse criminoloog Hans Gross acht tekens op uit een verzameling van Amerikaanse zwerverstekens uit 1910. Voordat Gross ze publiceerde, zijn die Amerikaanse tekens niet op Europese huizen gesignaleerd. Erna evenmin – maar ze zijn wel opgenomen in de lijsten van dieventekens die nog steeds circuleren. De conclusie is onontkoombaar: ze zijn in Europa geïntroduceerd door Gross en bestaan alleen op papier.

De dieventekens zijn geen inbrekersfolklore, maar politiefolklore.

(Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift Onze Taal, september 2005 (pdf).)

Naschrift: de dieventekens sinds 2005

Het onderzoek voor het artikel hierboven werd afgesloten in het voorjaar van 2005. De waarschuwingen voor bargoense tekens op je huis doen nog steeds de ronde. Eind 2005 kreeg het verhaal een duwtje in de rug van het Sinterklaasjournaal, dat kinderen uitnodigde om tekens op de muur te zetten voor dakloze zwarte pieten: een cirkel betekende ‘welkom’, een kruis ‘liever wegblijven’. Individuele politieagenten en rechercheurs verspreiden de waarschuwing nog steeds, onder meer via de nieuwsmedia, hoewel politiewoordvoerders het gevaar ontkennen en er nog steeds geen dief is aangehouden die deze methode gebruikt.

terug naar boven

Bronnen
De Franse socioloog Jean-Bruno Renard bestudeerde de geschiedenis van de tekens in zijn artikel 'Le tract sur les signes de reconnaissance utilisés par les cambrioleurs: rumeur et réalité', in Patrick Tacussel (red.), Le Réenchantement du monde. La métamorphose contemporaine des systèmes symboliques (Parijs,1994, p. 215-241). De beste vroege studie van dieventekens rond 1900 is Hubert Streicher, Die graphischen Gaunerzinken (Wenen, 1928). Het invloedrijkst waren de veelvuldig herdrukte handboeken van Hans Gross, waaronder Die Erforschung des Sachverhalts strafbarer Handlungen. Ein Leitfaden für Beamten des Polizei- und Sicherheitsdienstes (eerste druk 1902) en zijn Handbuch der Kriminalistik, eerder verschenen onder de titel Handbuch für Untersuchungsrichter als System der Kriminalistik (eerste druk 1893). Zie verder Roland Girtler, Rotwelsch. Die alte Sprache der Gauner, Dirnen und Vagabunden (Wenen, 1998). De uitvoerigste studie van vroeg-zestiende-eeuwse brandstichters en hun geheime tekens is Monika Spicker-Beck, Räuber, Mordbrenner, umschweifendes Gesind (Freiburg, 1995). Over de brand van Troyes in 1524 schreef Penny Roberts: ‘Arson, Conspiracy and Rumour in Early Modern Europe.’ in Continuity and Change 12 (1997), p. 9–20. Zie ook Bob Scribner, ‘The Mordbrenner Fear in Sixteenth-Century Germany: Political Paranoia or the Revenge of the Outcast?’ in Richard Evans (red.), The German Underworld. Deviants and Outcasts in German History (Londen, 1988), p. 29–56.
sluiten

One thought on “Bargoense inbrekerstekens: broodje aap van de politie

  1. In de Daily Telegraph van vandaag, 6 september, een verhaal dat de politie van Greater Manchester onderzoek heeft gedaan naar geheimzinnige tekens op muren die door inbrekers geplaatst zouden zijn. De politie van Surrey deed dat in 2009 ook al. Jawel, ook nu nog duikt het verhaal op en neemt men het serieus

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *